Al eeuwenlang is de Kouter – vroeger ook Paardenmarkt of later Place d’Armes – de ontmoetingsplaats bij uitstek voor Gentenaren. Haar centraal strategische ligging maakte het plein uiterst geschikt voor militaire activiteiten, steekspelen en (paarden)markten.

Wanneer er onlusten waren, was de Kouter het toneel van volksvergaderingen. En ook vele officiële feestelijkheden gingen er door. Tijdens die feesten werd er bijvoorbeeld aan papegaaischieten gedaan, waarbij een houten vogel van een hoge paal werd afgeschoten.

Gildenhuis

Waar de Handelsbeurs zich nu bevindt, was in de Middeleeuwen het ‘Gildenhof’ (zie rechts op de afbeelding). Dit was een vlakte met schietbanen voor schietoefeningen en toernooien. Later werd op die vlakte een heus Gildenhuis opgetrokken.

De Hoofdwacht

1738: in opdracht van de Gentse schepenen wordt ook een standplaats gebouwd voor de keizerlijke troepen van Keizerin Maria Theresia. Dit wordt de ‘Corps de Garde’ of ‘Hoofdwacht’. Nu is de Hoofdwacht het oudste deel van het Handelsbeursgebouw. Het is nog steeds een van de waardevolste voorbeelden van de rococo-architectuur in Gent.

Het ontwerp is van de Gentse meester-timmerman-architect David ’t Kindt (1699-1770).

Kenmerken Hoofdwacht

  • Sterk benadrukte middenpartij met een vooruitspringend gedeelte
  • Koepelvormig mansardedak + fronton was versierd met een vrouwenfiguur – vermoedelijk de maagd van Gent – met een wapenschild en een leeuw. De leeuw werd later vervangen door een kanon en kanonskogels, een verwijzing naar de vroegere militaire functie van het gebouw.
  • Naast de Hoofdwacht bevond zich de paardenstal van de dragonders, infanteristen die zich te paard verplaatsen en te voet vochten.