|
Handelsbeurs info: Monument Handelsbeurs
Geen plein in Gent heeft zijn negentiende-eeuwse gezicht zo fris weten te behouden als de centraal in de stad gelegen Kouter. De noordzijde van het plein, als koppelteken tussen de commerciële Veldstraat en Brabantdam, wordt met verschillende winkels afgezoomd. In de schaduw van de Vlaamse Opera nestelden zich enkele kleine horecazaken. De in 1998 vernieuwde Kouter maakt een levendige indruk met zijn oesterkraam, gerenoveerde muziekkiosk, riante ondergrondse parking en het eigentijdse kunstwerk ‘The Mystic Leaves’ van de Amerikaanse kunstenares Jessica Diamond. Toch biedt het leeuwendeel van de nette burgergevels statig allure aan grote bank- en kantoorfilialen, die er als vanzelfsprekend erg gesloten façades op nahouden. De bankgebouwen en het gewijzigde wegdekprofiel maken van de zuidelijke rand van de Kouter een erg rustige zone, waarbij het meest imposante gebouw sinds 1990 niets meer dan leegstand leek te verbergen. Dit gebouw aan Kouter 29 staat in Gent te boek onder verschillende namen: Corps de Garde, Handelsbeurs of l’Union. ![]() In de loop van 2000 verdween de markante gevel voor twee jaar lang achter stellingen en zo werden voor het eerst de grootse plannen voor de herbestemming van het pand duidelijk: de Handelsbeurs werd omgevormd tot concertzaal, de nieuwe thuishaven voor het Noordstarfonds in het hart van de stad. De stedelijke ambities van het project zijn ook merkbaar aan de Ketelvest, waar de nieuwe monumentale achtergevel met grote glaspartijen het zalencomplex op een onverwachte manier te kijk zet. In september 2002 buigt het gerestaureerde poortgebouw van de Handelsbeurs terug uitnodigend naar voor, klaar om het historische pand opnieuw als een levendig centrum voor het publiek te ontsluiten. Op het moment dat het Noordstarfonds in 1997 beslist om de werking van de Gele Zaal over te hevelen naar de oude gebouwen van de Handelsbeurs en samen met het toenmalige Mercator&Noordstar (thans Mercator Verzekeringen) tot de aankoop van het pand overgaat, heeft dit laatste reeds een lange, bewogen geschiedenis achter de rug. Omdat het gebouw zich reeds sedert de jaren veertig een beschermd monument mag noemen, dringt zich na jarenlange leegstand en gebrekkig onderhoud een grondige restauratie op. De transformatie van de Handelsbeurs balanceert tussen consciëntieuze restauratie en noodzakelijke vernieuwbouw. In het restauratieconcept wordt grotendeels teruggegrepen naar de toestand waarin het gebouw zich rond de eeuwwisseling bevond. De huidge Handelsbeurs kreeg vorm toen het Gentse stadsbestuur, eigenaar van de Corps de Garde of Hoofdwacht, in 1899 de belendende feestzaal l’Union kocht om er de stedelijke Handelsbeurs in onder te brengen. Stadsarchitect Charles van Rysselberghe (1850-1920) kreeg de opdracht om beide gebouwen samen te voegen. De twee verschillende panden laten zich nog steeds duidelijk onderscheiden in de voorgevel van de Handelsbeurs en de tweedeling levert dankzij een grote transparantie tussen de twee paralelle zalen ook een merkwaardige spanning aan het interieur. *** Het oudste deel van het Handelsbeursgebouw, de Corps de Garde, werd in 1738-’39 opgetrokken naar een ontwerp van de Gentse meester-timmerman-architect David ’t Kindt (1699-1770). De bouw van deze Hoofdwacht van de Oostenrijkse Keizerlijke Wacht was voor ‘t Kindt de eerste van een reeks vruchtbare samenwerkingen met meester-metselaar Jean Baptiste Simoens. Bovendien realiseert ’t Kindt - die voordien reeds betrokken was bij de bouw van de St.-Niklaaskerk - met dit Rococo-pand een eerste gebouw uit de indrukwekkende lijst projecten die hij in het Gentse op zijn actief heeft, zoals het Hotel D’hane – Steenhuyse, de stadsgevangenis met de Mammelokker, de verbouwing van het Huis van Oombergen, hotel Snoeck in de St.-Jacobsnieuwstraat, de uitbreiding van het Bisschoppelijk Seminarie, de Eeckhautkazerne en het St.-Machariushof. Nadat de Franse bezetter het gebouw tot nationaal goed heeft verklaard, komt de Hoofdwacht in 1807 opnieuw in het bezit van de stad. In 1867 wordt het pand voor het eerst verbouwd en neemt de krijgsraad van Oost-Vlaanderen zijn intrek op de verdieping, om er te blijven tot 1885. Pas wanneer de stad besluit om de Hoofdwacht samen te voegen met de feestzaal l’Union, worden ingrijpende veranderingen doorgevoerd. In de Hoofdwacht wordt een telefoon- en telegraafkantoor ondergebracht en in de tuin achter het poortgebouw wordt een galerij bijgebouwd. Van een beurszaal in de Hoofdwacht is op dat moment nog geen sprake. De tweede zaal komt er pas ná de feestelijke opening van het Handelsbeursgebouw door prins Albert op 28 april 1901, wanneer stadsarchitect Van Rysselberghe in 1906 het beursgebouw verder uitbreidt. Het is dit ontwerp voor de beurszaal uit 1906, inclusief de schilderwerken en decoraties van Armand Heins (1856-1938), dat als basis werd genomen voor het restauratieproject in de nieuwe concertzaal. *** Op het eerste gezicht lijkt de concertzaal wel de weerspiegeling van de huidige foyer in de beglaasde deuren van de tussenliggende arcades. Hoewel onderling verbonden en erg gelijkvormig, verschillen de paralelle zalen sterk van karakter. De okerkleurige foyer toont zich in zijn gedaante van mondaine feestzaal en heeft opnieuw de vergulde allure van het negentiende eeuwse ‘clublokaal’ van l’Union, zoals het naar het ontwerp van Vermeulen bij de opening in 1851 gepresenteerd werd. Enkele elementen verwijzen echter naar de verbouwing tot beurszaal in 1901, toen de orkesttribune werd afgebroken en de zaal een centraal daklicht kreeg. Uiteindelijk ontstond de huidige contour van de foyer pas in 1941, toen een deel van de achterbouw op de kademuur van de Ketelvaart instortte. Bij de herstellingswerken werd de achtergevel van de feestzaal op één lijn gebracht met de gevel van Van Rysselberghe. Sindsdien suggereert de façade aan de Ketelvest de aanwezigheid van twee ‘tweelingzalen’, een suggestie die de nieuwe achtergevel met zijn fel gearticuleerde overkapping bijna letterlijk in de verf zet. In deze zuidelijke façade omgeven de nieuwbouwelementen het feestelijk gerestaureerde interieur als een kijkdoos: de gigantische glaspartij lijkt de dubbele interne structuur van de zalen tezelfdertijd te beschermen en te onthullen. *** Het gebouw is echter heel wat ouder dan de periode die aan de basis ligt van de restauratie. Nog voor de maatschappij l’Union in 1848 het pand aankocht, was op dit adres de Gentse Paardenposterij, annex Posthotel, gevestigd. De Paardenposterij, een van de schakels in het postkoetsnetwerk van Thurn und Taxis, was sinds 1779 gevestigd in een deel van het gildenhuis van de Sint-Sebastiaansgilde. Bij de afschaffing van de gilden onder de Franse bezetting koopt de postmeester, Jean-Marie Busso (1739-1807), in 1797 het gildenhuis met zijn Sint-Sebastiaansschouwburg. Kort voordien bekwam hij reeds de paardenstallen die de stad tussen het gildenhuis en de Hoofdwacht had opgericht en verving de constructie door een woning voor zijn gezin. Een generatie later, in 1815, bouwde architect Pierre-Jacques Goetghebuer (1788-1866) op de plaats van het gildenhuis zijn schitterende Posthotel. Na vijfendertig jaar worden Posthotel en Paardenposterij afzonderlijk verkocht, waarbij het laatste in handen komt van de maatschappij l’Union, die er zijn feestzaal in onderbrengt. Het Posthotel zal in 1968 vervangen worden door een erg neutraal appartementsgebouw van zeven verdiepingen hoog. *** Met de komst van het Noordstarfonds lijken beide delen van het Handelsbeursgebouw inhoudelijk en visueel voorgoed verenigd. De Handelsbeurs herinnert met zijn minutieuze restauraties niet alleen aan voorbije glorie, maar mikt ook resoluut op een breed inzetbare, hedendaagse werking van het zalencomplex. De eigen programmering, goed voor zo’n 110 dagen in het openingsseizoen 2002-’03, geplande co-producties, het eetcafé de Beurs, maar ook verhuur van de zaal aan derden onder de noemer Handelsbeursgebouw, geven blijk van de ambitie om de Handelsbeurs jaar-in-jaar-uit te laten gonzen van activiteit. Opdat het historische pand de hooggespannen verwachtingen zou kunnen vervullen, werd achter de schermen een indrukwekkend netwerk van technische voorzieningen gepland. *** Op de gelijkvloerse verdieping van de Handelbeurs bevinden zich de representatieve en publiek toegankelijke delen, binnen een verrassend eenvoudig en helder grondplan. Grofweg zijn er vijf zones van elkaar te onderscheiden: tegen de voorgevel bevinden zich de inkomsthal met vestiaire en een trendy eetcafé met de daarbij horende keuken. Uiterst rechts in het gebouw bevindt zich een smalle strook die van voorgevel naar achtergevel loopt. Hierin bevindt zich een tweede, meer ‘informele’ toegang tot de foyer en een trappenzaal die toegang geeft tot de kantoorruimtes op de eerste verdieping. Achterin deze dienststrook bevinden zich de bedienende lokalen voor de foyer: een modern lang barmeubel opgesteld in een nis, met daarachter een volwaardige keuken. De zalen – concertzaal en foyer - kunnen op verschillende manieren worden ontsloten. De ruime inkomsthal geeft zowel rechtstreeks toegang tot de concertzaal als tot de foyer, die bovendien onderling door een beglaasde arcade met deuren nauw verbonden zijn. De foyer is ook rechtstreeks toegankelijk vanuit de ‘informele’ inkomsthal en zelfs, en niet in het minst, vanuit het eetcafé, dat zowel naar de Kouter, als naar de foyer zijn drie dubbele deuren kan opengooien. Een nieuw ruimtelijk element bij deze negentiende-eeuwse feestzaal is de verglaasde achterbouw, die rechtstreeks de achterliggende terrassen aan de waterkant ontsluit. Wanneer het laagste terras voorzien zal zijn van een nieuwe aanlegsteiger en het hoogste aansluit op de geplande brug over de Ketelvaart, kan de Handelsbeurs ook zijn engagementen aan de waterkant ten volle waarmaken en wordt de foyer, nu eens Grand Café, dan weer beurszaal, concertfoyer of zelfs concertzaal – want ook hier zijn de nodige theatertechnieken voorzien – een schakel tussen twee van de belangrijke troeven van Gent. *** Het paradepaardje van het bouwproject is echter de concertzaal. De relatief sobere, donker olijfgroene zaal meet zo’n 18 bij 25 meter en is ongeveer 9 meter hoog. Toch is deze middelgrote concertzaal niet zomaar wat ze lijkt, ze heeft vele gezichten. De concertzaal oogt het meest vertrouwd wanneer zij zich in haar ‘sta-concert-formatie’ bevindt en zo plaats biedt aan 800 concertgangers. Met een vlakke parketvloer op straatniveau sluit de zaal dan rechtstreeks aan op de foyer, zoals ze dit sinds 1906 doet. Bij de pas voltooide “renovatie” werd de parketvloer echter opgedeeld in vier afzonderlijke, in de hoogte verstelbare platforms. Wanneer platform 1 (achterscène) en platform 2 (podium), die beide 6 meter kunnen zakken, én platforms 3 en 4 (waarop de tribune rust en 5 meter kunnen zakken) in positie worden gebracht, ontpopt de ruimte zich tot een “klassieke”, volbloed concertzaal met 409 zitplaatsen, waarbij de bühne zich verrassend bijna op het niveau van de Ketelvaart bevindt. De ruimte krijgt plots een monumentaler karakter en wordt in de hoogte, 4,30 meter dieper dus, als het ware verdubbeld: het “duplex-effect” van architect Willy Verstraete. De flexibiliteit van de opstelling laat verschillende formaties toe, net zoals het open scherm achter de scène – dit is de oude achtergevel van Van Rysselberghe -, de nieuwe glazen achtergevel en het traditionele rode toneelfluweel een spel mogelijk maken tussen voorstelling en omgeving. De verstelbare scène biedt ook ongekende voordelen wat podiumopstelling betreft, daar deze rechtreeks toegang heeft tot de kelder onder de foyer, met daarin artiestenloges aan de waterkant, kleedruimtes, technische ruimtes, opslaglokalen en zelfs een goederenlift die uitgeeft op het voetpad aan de Kouter. *** De beslissing om de twee zalen te overkappen verleent aan de achtergevel een onmiskenbare signaalfunctie. Toch biedt de ingreep in eerste plaats een onderkomen aan een nieuwe technische verdieping die zich tussen de twee daklichten van de zalen en het nieuwe dak bevindt. Deze tussenruimte laat vérgaande toneeltechnische en akoestische invullingen van de zalen toe, waardoor de zaal ook als opnamestudio kan fungeren. Zo kreeg de concertzaal een akoestisch profiel voor klassieke kamermuziek aangemeten, waarbij de ietwat langere nagalm kan gedempt worden en zo een ideale omgeving wordt voor elektronisch versterkte muziek. De overkapping maakt ook duidelijk dat het bouwproject verder gaat dan uitsluitend restauratie en herinvulling van het handelsbeursgebouw. Het nieuwe culturele programma stelt hoge eisen aan het pand, dat mede dankzij een uitgelezen ligging in de stad net deze verwachtingen kan invullen. Zo verbeeldt het scherpe contrast in en tussen voor- en achtergevel niet alleen oud en nieuw, maar speelt het eerder in op het samengaan van transparante directheid en verrassing waarmee dit project zo sterk is verweven. Meer info en rondleidingen: Telefonisch op 09 265 91 70 of via mail op wolf.raman@handelsbeurs.be Zie ook www.vizit.be voor rondleidingen die ons gebouw aandoen. Meer weten Download dan hier de brochure over ons gebouw Handelsbeurs Bron De historische gegevens zijn ontleend aan: Wout De Vuyst e.a., ’t Kindt gezwind, brochure uitgegeven door Stad Gent, 1998, 54 p. |